Op de valreep van de winter

In het laatste weekend van de winter werd lente voorspeld. Althans, overdag zou de zon volop schijnen en het 12 graden worden. ’s Nachts werd het één graad boven nul. We vonden het tijd dat we nog eens een weekendje gingen kamperen, anders hadden we door alle lockdownlamlendigheid dat deze winter niet eens gedaan.

Geïnspireerd door de Winterfiets Elfstedentocht, die twee weken ervoor was verreden, begonnen we ons kampeerweekend bij de Broerekerk in Bolsward. Die stond al een tijdje op onze bucket list. Ooit waren we namelijk aan de Elfstedentocht begonnen per kajak. Die zomer regende het echter onophoudelijk. Aangekomen in Hindeloopen hing een televisie boven de receptie van de camping met daarop Teletekst-pagina 704: alle komende vijf dagen werd er 90 procent regen verwacht.

We gooiden de peddel erbij neer en besloten daar dat het bleef bij zes steden. We haalden per openbaar vervoer onze auto op in Leeuwarden, zetten de kajaks op het dak en reden naar het zuiden tot we de zon zagen. Die kwam pas te voorschijn bij Bordeaux.

Glazen dak
Bolsward hebben we toen niet bereikt en die stad wilde ik sindsdien bezoeken vanwege de Broerekerk, een ruïne van een dertiende eeuwse kerk met een glazen dak. Het plan voor het weekend kamperen was geboren: beginnen bij de Broerekerk en dan fietsen naar natuurkampeerterrein Singel in Jubbenga, zo’n 55 kilometer verderop. De keuze viel op dit natuurkampeerterrein omdat het open was in de winter (de meeste campings gaan pas 1 april open).

Dave in de Broerekerk

We parkeerden onze auto gratis op Plein 1455 te Bolward, een paar honderd meter van de Broerekerk (dichtstbijzijnde treinstation is Sneek). De kerk zou in de winter pas om half 11 open gaan maar we hadden geluk, net toen we aankwamen, even na tienen, ging het hek van het slot en konden we de kerkruïne bewonderen. Een kerk waar het hemelse licht naar binnen stroomt door een glazen dak is een prachtige oplossing om de ruïne van de in 1980 afgebrandde kerk te behouden. Stalen spanten volgen de lijnen van het oorspronkelijke dak en het glas heeft de vorm van het vroegere gewelfde plafond.

Belle’s Sonder Frontier bij ingang Broerekerk

Op de heenweg zouden we windkracht 4 tegen hebben maar de dag erna volgden we min of meer dezelfde route terug en zouden we ‘m mee hebben. Helaas kreeg de lente in het weekend last van een ‘dipje’ volgens de weermannen. Met de wind zaten ze fout. Wij fietsten tegen een sterke koude wind in, eerder windkracht 6. Het leek alsof de windkracht die voor de waddenzee was voorspeld ook op het Friese land woei. Ik miste de pluisjes aan mijn nieuwe helm, de wind van voren bulderde in de oren.

Waaier rijden
Normaal rij ik voorop om als minder sterke rijder het tempo te bepalen, nu was Dave de klos zodat ik achter hem kon waaier rijden. Op die manier fietsten we nog een redelijk tempo maar Dave kreeg zodanig last van zijn knie dat hij er paracetamol voor innam onderweg. Het had geen nut dat ik de kop overnam, mijn bovenlijf is te klein en smal om iets voor Dave tegen te houden. De zon gaf veel stralingswarmte maar de wind uit het oosten was koud en schraal.

Voortzwoegend tegen de wind, met de handen op de inner bar-ends van onze Denham-sturen, zag ik een eendenpaar in een sloot tegen de golfjes zwoegen, de woerd voorop. Zij hadden dus hetzelfde bedacht. Opvallend was dat de meeste vogels vooral opgerold in het gras, uit de wind zaten te chillen.

Roekenkolonies
Op vogelgebied zagen we verder onderweg twee roekenkolonies. Die maken veel nesten bij elkaar in de buurt, soms wel vijf nesten in dezelfde boom, hoog in de bomen. De vogels vallen op door hun lawaai, formaat en grote lichtgrijze snavel. Bijzonder voor ons want deze vogel zien we niet in de Flevopolder. Sowieso gaat het niet denderend met de roek. Verder zagen we soms scholeksters in de weilanden en grote zwermen ganzen.

Even de rug van bovenkleding laten drogen in de zon en wind

In het Friese land langs onze route waren weinig horecagelegenheden te vinden. Ik had de route langs eetcafé ’t Slûske bij jachthaven Sneekerhof aan het Sneeker meer laten lopen. Naar verwachting kwamen we hier rond lunchtijd langs. Die verwachting kwam uit maar helaas was het café zo te zien voor langere tijd dicht. We konden hier water tappen in het toiletgebouw van de jachthaven.

Eetcafé ’t Slûske in jachthaven Sneekerhof

Gelukkig kwamen we ook nog door Akkrum waar enkele gelegenheden open waren en zo konden we weer ouderwets pre-corona genieten van een uitsmijter en warme chocolademelk met slagroom. Dat gingen er wel in.

Na de lunch zwoegden we weer verder tegen de wind in, met de troostende gedachte dat we ‘m morgen mee zouden hebben. We volgden het water van De Boarn, kwamen langs een voormalige watertoren. Bij het plaatsje Aldeboarn realiseerde ik me opeens dat ik mijn rugzak miste en dat ik die waarschijnlijk in het eetcafé in Akkrum had laten staan. Nu konden we 4,5 kilometer genieten van de wind mee om vervolgens er weer tegenin te akkeren om de moeizaam gewonnen kilometers opnieuw terug te winnen. Met de wind mee was de temperatuur veel aangenamer.

Rugzak
De tocht werd door het vergeten van de tas negen kilometer langer maar we moesten wel terug want in die rugzak zat mijn gewatteerde jack en regenjas. Vooral het jack had ik nodig ’s avonds in de tent, vanwege de verwachte lage temperaturen ’s avonds en ’s nachts. Gelukkig stond de tas nog in het café want anders hadden we de tocht moeten afbreken wegens te weinig isolerende kleding.

Klein stukje gravel bij Gorredijk

Het landschap kon Dave niet zo bekoren, het deed hem teveel denken aan de Flevopolder. Maar dat was vooral vanwege de wind en omdat hij met dit weer liever hoog en droog op de zandgronden van de Veluwe wilde kamperen. In het verleden hebben we niet zo’n goede ervaring opgedaan met kamperen in weilanden bij lage temperaturen omdat het vaak erg vochtig is en daardoor extra koud. Dave had daarom kritiek op de reisplanning. Door de kronkelende dijkjes, de historische dorpjes en oude kerkjes vond ik de vergelijking met de Flevopolder nogal mank gaan maar Dave ploeterde tegen de koude wind in met een zere knie, mij uit de wind houdend, dus had recht op wat sacherijn.

Wintertent
Het weer rijden met kampeerbagage viel hartstikke mee, eigenlijk merkten we er niet veel van. Onze conditie is nu aan het eind van het seizoen veel beter dankzij het vele trainen op onze binnenfietsen. Het scheelt natuurlijk ook dat die kampeeruitrusting tegenwoordig wel wat lichter is. Maar aan de andere kant, we hadden onze 4-seizoens wintertent mee, een Sierra Designs Convert 3 die zeker drie keer zo zwaar is dan onze zomertent. Verder ieder twee slaapzakken, een extra dikke fleecetrui en gewatteerde lange broek voor ’s avonds.

Lange schaduwen als de tent staat in Jubbenga

Op de camping werden hartelijk welkom geheten door Greet. Ze gaf ons een rondleiding. Bij de camping zit een streekwinkel met biologische producten. Er werd flink verbouwd op de camping. Het mooie nieuwe verwarmde toilethuis is al klaar en er zit zelfs een keuken in. Die bleek echter alleen voor gebruik van de huurders van het hutje op het terrein. Maar omdat we nu verder de enige kampeerders waren, mochten we er gebruik van maken. Ook al omdat het beoogde gebouw voor de kampeerders met afwasplekken er nog niet was. Dat was fijn, want anders was door de kou en vroege zonsondergang rond 19.00 uur onze avond een stuk korter geweest.

Waterkoker
In de keuken konden de waterkoker goed gebruiken, voor de meegebrachte zakken Adventure Food. We mochten verder gratis gebruik maken van de Senseo koffiemachine maar alleen omdat de zakken koffie over de datum dreigden te gaan.

Adventure Food diner, altijd 600 kcal

Ik vind het krom dat de keuken in principe alleen voor de huurders van het huisje is. Juist tentkampeerders hebben behoefte aan een tafel en stoel en kunnen zo’n keuken goed gebruiken bij slecht weer, kou en vroege zonsondergang. In Denemarken is een keuken zowat standaard op campings en dat stimuleert het milieuvriendelijkere tentkamperen.

De enige andere kampeerders, dames die het hutje hadden gehuurd, zagen we niet terug. Ze gebruikten de keuken niet of we hadden een ander schema. Wij zaten de avond met onze e-books lekker in de keuken. Ook ontbeten we er. Hierdoor was de kampeerervaring wel wat minder authentiek dan wanneer we op een zitlap in het gras met het brandertje zitten te klooien. Maar wij vonden het best want het was koud toen de zon weg was.

Luwte
De tent stond lekker op een veldje in de luwte van dit toilethuis. Achter de heg zaten kippen waar we geen last van hadden. Eenmaal in de tent luisterden we naar de harde wind die door de bomen raasde. Met wat fantasie klonk het als de branding van de zee. Voor we het wisten lagen we op een oor.

We hadden ervoor gekozen om deze keer niet onze winterslaapzakken mee te nemen maar om te testen of onze donzen zomerslaapzak in combinatie met onze synthetische quilts1 ook een goede combi zouden zijn. We sliepen heerlijk warm op onze Therm-a-Rest NeoAir Xtherm slaapmatten. Dave had nog onder de mat een lange zilverkleurige dunne mat gelegd. Van hetzelfde materiaal, dat ook voor autoruiten wordt gebruikt, hebben wij ook zitmatten gemaakt. Deze zitmat had ik onder de slaapmat ter hoogte van mijn torso gelegd. Ik denk niet dat het echt nodig was. We hebben heerlijk warm geslapen.

Gebruikt slaapsysteem bij +1ºC

Een opvallend verschil zagen we de volgende ochtend. We droegen beide wol lang ondergoed maar ik had een vapor barrier liner gebruikt. Mijn tijk was droog, op die van Dave zaten allemaal gecondenseerde druppels. Tegen de verwachting in was de tent van binnen en van buiten helemaal droog. Maar achteraf niet zo vreemd, want als je de bodemkaart raadpleegt, zie je dat Jubbenga op zandgrond ligt.

Condens op Dave’s quilt

We pakten in, ontbeten (Expedition Breakfast!) en vertrokken voor de terugweg. De quilt van Dave was tijdens de koffie alweer opgedroogd nadat hij deze even had uitgehangen in de wind en zon. Met de wind mee haalden we nu een gemiddelde snelheid van 23 kilometer per uur, tegen de 17 kilometer van de heenweg.

Natte hondendrol
Het ging dankzij de wind als een speer. In Langezwaag hadden ze bedacht dat bij het kruisen van een grote weg het handig was om van die zigzag hekjes neer te zetten aan beide kanten van de weg. Handig voor automobilisten, niet voor fietsers. In onze ervaring ben je meer met het sturen door die hekjes bezig dan met het kruisende verkeer. Maar nu pasten we er met onze kleine fietstassen (formaat voortassen) er alleen lopend doorheen. Iemand met een trike, bakfiets, velomobiel of een kinderkar achter de fiets heeft hier helemaal het nakijken. Dave had de pech op deze plek door een hele grote natte hondendrol te rijden met zijn band. Ook dat nog, Langezwaag! De spetters kwamen zelfs tegen de tent aan het stuur.

Poep aan de voorband

We lunchten weer in Akkrum bij dezelfde. De mosterdsoep met Friese droge worst van Kromme Knilles is echt het omfietsen waard. We fietsten nu een iets andere route. We hadden de route heen met de gravelrouteplanner van CX Berlin laten maken en terugweg door de planner van de Fietsersbond. Beide routes hadden een klein stukje gravel.

We hadden door het vergeten van de tas op de heenweg besloten om vanaf de brug over de Heafeart de route van de Fietsersbond te gaan om de route wat in te korten. Dit overgeslagen stuk van de route reden we de volgende dag, om daarna vanaf de brug weer de geplande terugweg te vervolgen. De heenweg was hierdoor 57,5 en de terugweg 54,5 kilometer.

Strava
Voor het eerst had ik mijn Garmin Forerunner sporthorloge mee, waardoor ik voor het eerst een kampeerrit vastlegde op Strava. Normaal wil ik de batterij van mijn telefoon alleen gebruiken voor navigatie met Pocket Earth, dus leg ik de route niet vast. Ik zat nog wat te klooien met het pauzeren van de opname tijdens de lunch, vandaar dat de heenweg in twee delen is vastgelegd. Wie geïnteresseerd is in de route of data: heen 1, heen 2 en terug zijn hier te vinden op Strava.

Stukje gravel tussen Gorredijk en Jonkerslân

Kou en batterijen gaan niet zo lekker samen. Dave’s nieuwe iPhone’s via het werk presteren een stuk slechter dan mijn inmiddels twee jaar oude iPhone 11 Pro Max. Hij had eerst een iPhone SE 2021 en nu een nieuw-uit-de-doos iPhone 12. Als ik nog 60 procent batterij had, zat hij al op 20 procent en moest de powerbank gaan aansluiten. Het verschil tussen een iPhone die in je broekzak past of de Pro Max-uitvoering is wat betreft batterijcapaciteit dus behoorlijk, ondanks het grotere scherm.

Buikpijn
Ergens halverwege vulde ik mijn bidon bij met het water dat de hele nacht in de fles op mijn vork had gezeten. Dit was ijskoud geworden. Geen goed idee, door het koude water raakte mijn maag van streek. Met buikpijn fietste ik verder maar daar werd het niet beter van. De fles op mijn vork is een thermosfles van Camelbak maar ik had ‘m dus beter opnieuw kunnen vullen toen we weg gingen. Gelukkig zaten we niet ver meer van Bolsward.

De lucht begon steeds meer te betrekken en het verwachte dipje in de lente kondigde zich aan. Zonder de warmte van de zon werd het al snel kouder. Net voordat we bij de auto waren, vielen de eerste spetjes. Onderweg naar huis spoelde het Saharazand even van de auto maar vrij snel waren we door het frontgebied en klaarde het weer op.

1) Lightwave Firelight 250 mummieslaapzakken met de Enlightened Equipment Enigma/Revelation APEX. Zie eventueel voor meer info de pagina Onze slaapzakken en quilts.

Aanvullingen, tips, vragen? Laat hier je reactie achter:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s