Wildkamperen

Wildkamperen (Engels: stealth camping) doe je op een plek die niet zichtbaar is vanaf de weg of pad, om de natuurbeleving van anderen niet te bederven.

Voordelen
Voordelen van wildkamperen: de grond is zachter dan op een camping, waar de grond helemaal hard is. Op een zachte bosgrond slaap je veel comfortabeler en kan je met een dunnere slaapmat toe. In gebied met beren weten de beren waar de kampeerterreinen zijn en ben je veiliger op een wild plekje.

Opzet wildkampeerplek

Opzet wildkampeerplek

Ja maar dat mag toch niet, zal je nu misschien denken. Dat klopt, althans in Nederland en veel omringende landen. Maar bijvoorbeeld niet in New Hampshire in de V.S. en Noorwegen. In sommige landen mag het voor één nacht, zoals Polen, Zweden, Schotland en Zwitserland. Weet ook, dat in de jaren ’60 of ’70, toen het kamperen steeds populairder werd, dat er is nagedacht over wat beter zou zijn voor de natuur: mensen concentreren op aangewezen kampeerplaatsen of juist mensen zoveel mogelijk verspreiden op ‘wilde’ plekken. Voor beide opties was iets te zeggen maar het eerste is gekozen.

Laat als je kiest voor wildkamperen de plaats natuurlijk achter. Het moet niet te zien zijn dat er iemand gekampeerd heeft. Dus geen afval achterlaten, een brandplek van een kampvuur of toiletpapier dat achterblijft in de natuur. De reden dat wildkamperen vaak verboden is, is omdat sommige kampeerders het basisprincipe ‘leave no trace’ niet respecteren.

Hygiëne en wildkamperen

Als er weinig water voorhanden is, kan je jezelf met water uit een (knijp)fles wassen. Doe dit minimaal 60 meter bij de waterlijn vandaan, om schoon natuurlijk water niet te vervuilen. Gebruik geen zeep of weinig biologisch afbreekbare zeep. Laat het water over je arm lopen om het ‘daar beneden’ te krijgen.

Wassen met water uit een fles

Wassen met water uit een fles

Toiletteren

De titel van het boekje ‘How To Shit In The Woods‘ laat weinig tot de verbeelding over. Hoewel het een grappig onderwerp kan zijn, is het een bloedserieus boekje dat in ruim honderd bladzijden vertelt hoe je het beste milieuvriendelijk kunt poepen in het bos. Niemand vind het leuk om in de natuur bergen poep met rondwapperend toiletpapier tegen te komen. Behalve dat het stinkt en een vies gezicht is, levert het ook een gevaar voor de gezondheid op, omdat bacteriën zich op deze manier kunnen verspreiden. Bekende bacteriën (zoals giardia) in oppervlaktewater, waar veel mensen ziek van worden, worden via poep verspreid. Dieren raken besmet (en die poepen ook weer), etc.

Dus. Hoe moet je poepen in de natuur? Graaf een kuiltje van 15-20 centimeter diep. Niet dieper, want juist aan de oppervlakte in de losse grond leven organismen die helpen bij het afbreken. Graaf het kuiltje met de hak van je schoen, een tentharing, lepel of neem een lichtgewicht schepje mee. Voordat je het kuiltje dichtgooit: meng aarde door de poep, door met een tak te roeren. Gooi dan het kuiltje dicht.

WC-papier
Vroeger werd het OK gevonden als je het wc-papier verbrandde, maar er zijn al meerdere bosbranden ontstaan door deze aanpak. Wc-papier moet zeker niet begraven worden want het breekt slecht af. Je moet het meenemen (pack it out). Je verpakt het in een stevige plastic zak en gooit het weg als je een vuilnisbak tegenkomt. Een andere oplossing is natuurlijke materialen te gebruiken zoals grote bladeren, gladde stenen, een puntige sneeuwbal, etc.

Als je poep niet kunt begraven, bijvoorbeeld boven de bomengrens in een rotsachtige omgeving, dan moet je het hele zaakje inpakken en meenemen. Dit geldt ook als de grond bevroren is. In sommige gebieden is het niet meer prettig vertoeven als in de lente de sneeuw smelt: alle drollen van de winter komen dan aan de oppervlakte en beginnen te ontdooien. Dat wil je een ander toch niet aandoen?

Bewaren