Winterkamperen

Warm blijven

Om warm te blijven is het belangrijk dat je isoleert en direct contact met koude en/of natte voorwerpen vermijdt. Door de wind koel je af, dus gebruik kleding dat de wind tegenhoudt (windbreker). Bij heldere hemel is het ’s nachts kouder dan wanneer het bewolkt is. Voorkom dat je kleding en slaapzak vochtig wordt door condens of zweten door tijdig te ventileren. De meeste warmte verlies je via hoofd en nek, maar liefst 40 procent. Bescherm daarom je hoofd en nek met Buff en muts.

Lichaam
Je lichaam blijft warm door voldoende te eten en door bewegen. Het lichaam koelt af door zweten en door wind. Het is dus belangrijk om in beweging te blijven, goed te eten en je goed te kleden. Bescherm je tegen wind en regen.

Slapen
Mat isoleert tegen warmteverlies via de grond. Hecht niet zoveel belang aan opgegeven temperaturen van slaapmatten. Alleen met dons gevulde luchtbedden van Exped isoleren goed tegen de kou bij een schappelijk gewicht. Kies voor een zo hoog mogelijke R-waarde, liefst 8 (de synthetische matten vallen zo vanzelf af).

Leeg je blaas zodra je met een volle blaas wakker wordt. Het warmhouden van een volle blaas, daar koel je van af.

Gebruik een mummyslaapzak of bedek je hoofd met een muts. Adem niet uit in de slaapzak om deze droog te houden. Slaapzak te koud? Draag thermo-ondergoed en eventueel je donsjack.

Grondtemperatuur
Controleer niet alleen de buitentemperatuur maar ook de verwachte (minimum) grondtemperatuur.

Kamperen

Ventileren van de tent voorkomt een vochtige slaapzak. Kook nooit in de tent, hierdoor wordt het ook vochtig en het is brandgevaarlijk. Op droge bosgrond slaap je droger en daardoor warmer dan op nat gras. Onder bomen is het warmer dan in de open lucht. Een rots die overdag is opgewarmd door de zon kan aan het begin van de avond nog warmte uitstralen.

Maak met een priem gaten voor je haringen in de bevroren grond en vul ze met water. Bewaar water in een pannetje, dan kan je het ’s ochtends makkelijk ontdooien.

Koken

Bij koken op gas bij lage temperaturen moet je letten op wat voor gas je meeneemt. Butaan brandt bij -0,5 ºC, propaan bij -42 ºC. Koude spiritus ontbrandt wat minder makkelijk maar als het eenmaal brandt dan zijn er geen problemen. Eventueel kan je een takje in spiritus dopen en hiermee de spiritusbrander aansteken. Wij nemen altijd waterbestendige- en stormlucifers mee in een droog potje. Benzinebranders doen het goed bij koud weer al kan het wat lastiger zijn om de brander voor te verwarmen. Pas bij vorst op met de kunststof pomp (eigenlijk moet je altijd oppassen met de pomp). Zorg voor een onderzetter, zodat de brander niet wegzakt in de sneeuw. Neem twee keer zoveel brandstof mee als normaal, vooral als je sneeuw moet smelten. Om brandstof te besparen kan je beter water uit een kraan of beekje opwarmen dan sneeuw.

Voedingstips bij koude

Om je warm te houden heb je meer energie nodig dan anders. Eet dus energierijker dan dat je normaal doet. Let op chocolade(laagje): dat wordt erg hard bij vorst. Er bestaan geïsoleerde broodtrommels als je even de tijd neemt om goed te zoeken in de krochten van het WWW. Bewaar je banaan in je jaszak (in een boterhamzakje).

Suikerhoudende dranken kunnen een energiebron zijn. Je voorkomt dat deze bevriest door ze mee te nemen in een thermosfles.

Er bestaan geïsoleerde waterzakken met geïsoleerde drinkslang. Vergeet na het drinken niet de slang leeg te laten lopen door deze boven je hoofd te houden en in het mondstuk te knijpen. Je kan de slang eventueel ook leegblazen (dan gaat je waterzak wel klotsen) of bewaren binnen je jas.

IJs begint aan de oppervlakte, een niet-geïsoleerde drinkfles kan je daarom het beste op zijn kop meenemen.

Ook in de winter moet je veel water drinken: door koude lucht verlies je veel vocht via je ademhaling.

Hou korte pauzes, aangezien je afkoelt wanneer je niet beweegt.