Winterkamperen

De tips op deze pagina zijn van toepassing op Nederlandse winters in temperaturen tot -7 ºC (laagste temperatuur waarbij wij gekampeerd hebben in 2018).

Warm blijven

Om warm te blijven is het belangrijk dat je je lichaam goed isoleert en afschermt van wind en direct contact met koude en/of natte voorwerpen. Door de wind koel je af, dus gebruik kleding dat de wind tegenhoudt (windbreker, regenjack, pertex buitenstof van donsjackje).

Bij heldere hemel is het ’s nachts kouder dan wanneer het bewolkt is. Voorkom dat je kleding en slaapzak vochtig wordt door condens of zweten door tijdig te ventileren. De meeste warmte verlies je via hoofd en nek, maar liefst 40 procent. Bescherm daarom je hoofd en nek met Buff (Thermonet of wol) en muts, een balaclava of de capuchon van je lichtgewicht gewatteerde (dons)jack. Heb je een donzen slaapzak, gebruik dan een VBL (vapor barrier liner) om je slaapzak droog te houden van binnen uit. Draag hierin wollen lang ondergoed en wollen sokken.

Lichaam
Je lichaam blijft warm door voldoende te eten en door te bewegen. Het lichaam koelt af door zweten, door wind of contact met koude oppervlakten. Het is dus belangrijk om in beweging te blijven, goed te eten en je goed te kleden maar niet zo warm dat je gaat zweten en nat wordt. Bescherm je tegen wind en regen. Maak een kort wandelingetje voordat je de slaapzak in gaat. Zet je voeten als het kan niet op de grond als je zit maar bijvoorbeeld op een boomstronk.

Slapen
Je slaapmat isoleert tegen warmteverlies via de grond. Let op de R-waarde van de mat en of deze volgens de ASTM-norm is vastgesteld en geen eigen schatting. Vooral met dons gevulde luchtbedden van Exped isoleren goed tegen de kou bij een schappelijk gewicht. Kies voor een zo hoog mogelijke R-waarde, liefst 8 of hoger (de synthetische matten vallen zo vanzelf af en ook alle matten van Therm-A-Rest of Sea To Summit). Wil je geen dons gebruiken, dan is de Therm-a-Rest slaapmat met een R-waarde van 6.9 een goed alternatief.

Wij hebben de Exped Winterlite Downmat’s met een R-waarde van 7.1 en daar moet je bij vorst echt een zilveren reflectielaag onder leggen om het niet ijskoud te krijgen via de grond. De reflectielaag maak je met een goedkoop aluminium campingmatje dat kan dubbelen als zitmatje. Je kan dit ook maken van een anti-vriesdeken voor autoruiten. Bij Conrad koop je ze voor een prikje voor vrachtwagenvoorruiten. Een lichtgewicht variant is de aluminium reddingsdeken, zo een die opgevouwen in een envelop past met een gouden en zilveren kant. De zilverkleurige kant moet met kou naar het lichaam toe.

Een zilveren reflectiematje onder de slaapmat bij vorst

Nog steeds te koud? Gebruik een VBL en een bivyzak. Neem een poncholiner mee. Draag naast je wollen lange ondergoed ook je gewatteerde (dons)jack en eventueel een fleecetrui. Mummy slaapzakken met een expeditie maatvoering, zijn ruimer, zodat je erin past met kleding. Met een quilt heb je altijd genoeg ruimte en houdt de capuchon van je jack je hoofd warm. Het jack zorgt er ook voor dat je minder last hebt van tocht op het breedste deel van je lichaam. Er zijn losse gewatteerde capuchons te koop voor als je een jack met alleen een kraag hebt en geen hoodie. Een balaclava is ook een oplossing, een muts blijft meestal niet goed op je hoofd zitten als je slaapt.

Leeg je blaas zodra je met een volle blaas wakker wordt. Het warmhouden van een volle blaas, daar koel je van af. Het is aan te raden een plaszak of een lege fles met wijde hals in de voortent te hebben.

UriBag, model voor vrouwen

Adem niet uit in de slaapzak om deze droog te houden. Voorkom contact met de binnentent, met name de enkeldaks delen langs het kuipzeil. Wij ritsen onze regenjacks dicht en trekken die over ons voeteneinde om te voorkomen dat de onderkant van de quilt/mummy nat wordt door condens (rits naar beneden, capuchon in de hals). Leg kleding in een waterafstotende of beter een waterdichte zak. Warm kleding ’s ochtends eerst op in de slaapzak voordat je ze weer aantrekt. Zet schoenen in een open boodschappentas (ze moeten wel kunnen drogen) in de binnentent, zodat ze niet bevriezen.

Winterslaapzakken links synthetisch, rechts hydrofoob dons met waterafstotende tijk

Tenzij er een gemeenschappelijke vuurplaats is of een stookhut op de camping, kan winterkamperen erg lijken op winterslaap. Om 19.00 uur gaan we in het donker met de kippen op stok, om 12 uur later op te staan bij het eerste ochtendgloren. Voordeel: het is dan nog niet zo koud, pas tegen de ochtend, als de zon het langste onder is, wordt het pas echt koud. Je kan de avond nog wat rekken met een e-reader met achtergrondverlichting.

Pas op met vuur bij de tent. Let op de windrichting. De vonkjes die meegevoerd worden in de lucht maken brandgaatjes in je tent en ook in synthetische outdoorkleding.

Grondtemperatuur
Controleer niet alleen de buitentemperatuur maar ook de verwachte (minimum) grondtemperatuur.

Kamperen

Tweepersoons aluminium winter isolatiemat

Ventileren van de tent voorkomt een vochtige slaapzak. Vocht is echter niet geheel te voorkomen, dit is een kwestie van natuurwetten. Je lichaam warmt de binnenkant van de tent op, je ademt vochtige lucht uit en buiten de tent is het kouder. De vochtige uitgeademde lucht condenseert op slaapzak rond het hoofd en tegen de binnentent, vooral daar waar de tent enkeldaks is (opstaande kuipranden). Pas op dat je met je slaapzak en kleding de condens niet aanraakt. Als het condens bevriest kan het zelfs gaan ‘sneeuwen’ in je tent als je het tentdoek aanraakt.

Maak de kampeerplek sneeuwvrij (minder gekraak onder het grondzeil). Bij veel sneeuw kan je de sneeuw ook platstampen, dit isoleert van de bevroren grond. De aluminiummat of reddingsdeken leg je op het grondzeil met de zilveren kant naar boven zodat je lichaamswarmte naar jezelf terug gekaatst wordt. Een tunneltent kan gaan doorhangen door sneeuw, daarom is een A-lijn, geodetische of koepeltent meer geschikt. Let op dat sneeuw niet alle ventilatieopeningen afsluit.

Kook nooit in de tent, hierdoor wordt het ook vochtig en het is brandgevaarlijk. Op droge bosgrond slaap je droger en daardoor warmer dan op nat gras. Onder bomen is het warmer dan in de open lucht. Een rots die overdag is opgewarmd door de zon kan aan het begin van de avond nog warmte uitstralen.

Maak met een priem of grondboor gaten voor je haringen in de bevroren grond en vul ze met water. Je kan hiervoor ook een rotsharing gebruiken in combinatie met een hamer. Ligt er een pak sneeuw, dan kan je je scheerlijnen vastknopen aan een dikke tak die je liggend ingraaft in de sneeuw.

Bewaar water in een thermosfles, zodat het niet bevriest. Geen thermosfles? Bewaar dan de fles met de bodem omhoog. IJs vormt zich aan de oppervlakte. Zorg dat de fles niet helemaal gevuld is, want ijs zet uit. Je kan het risico nemen om de fles mee te nemen je slaapzak in maar dat is iets wat een risico met zich meebrengt. Als je slaapzak nat wordt heb je geen isolatie meer en daarbij moet je een fles warmhouden met je eigen lichaamswarmte.

Compacte en lichte kaarslantaarn

Je kan je kaars branden in de voortent, staand in het deksel van een pannetje. Dit geeft licht en warmte. Let op dat het boven de kaars erg warm wordt. Wij hebben een EMS (tegenwoordig UCO) kaarslantaarn, die gaat in de winter mee, als het vroeg donker wordt is het gezellig op de eettafel en handig als verlichting.

Extra mee voor winterkamperen:

  • Zilveren isolatiemat/reddingsdeken voor onder de slaapmatten (ondanks dat onze Exped Winterlite slaapmatten zijn al geschikt voor de winter met R 7.1 isolatiewaarde);
  • Zitlappen voor op koude bankjes, die van ons zijn uit een zilveren isololatiemat geknipt met tape afgezet. Deze kan dubbelen voor onder de borstkas onder de slaapmat en in de kampeerstoel voor isolatie;
  • Knielmat voor in voortent: closed cell foam (stuk van oude slaapmat) of boodschappentas;
  • Kaarslantaarn (EMS/UCO – original aluminium);
  • Stormlucifers;
  • e-Reader (waterdicht en met verlichting);
  • Geïsoleerde RVS-drinkflessen (Camelbak Chute Vacuum, 1,2 liter);
  • Geïsoleerde food jars.

Koken

Bij koken op gas bij lage temperaturen moet je letten op wat voor gas je meeneemt. Butaan brandt bij -0,5 ºC, propaan bij -42 ºC. Koude spiritus ontbrandt wat minder makkelijk maar als het eenmaal brandt dan zijn er geen problemen. Eventueel kan je een takje in spiritus dopen, dit aansteken en hiermee de spiritusbrander aansteken. Wij nemen altijd waterbestendige- en stormlucifers mee in een droog potje. De Bic-aansteker doet het namelijk bij lage temperaturen ook niet meer zo goed. Benzinebranders doen het goed bij koud weer al kan het wat lastiger zijn om de brander voor te verwarmen. Pas bij vorst op met de kunststof pomp (eigenlijk moet je altijd oppassen met de pomp). Zorg voor een onderzetter, zodat de brander niet wegzakt in de sneeuw. Neem twee keer zoveel brandstof mee als normaal, vooral als je sneeuw moet smelten. Om brandstof te besparen kan je beter water uit een kraan of beekje opwarmen dan sneeuw.

Als je een complete maaltijden in blik of folie hebt, dan kan je de gesloten verpakking opwarmen in niet-gefiltreerd water.

Voedingstips bij koude

  • Om je warm te houden heb je meer energie nodig dan anders. Eet dus energierijker dan dat je normaal doet. Let op chocolade(laagje): wordt erg hard bij vorst. Er bestaan geïsoleerde broodtrommels als je even de tijd neemt om goed te zoeken in de krochten van het WWW. Bewaar je banaan in je jaszak (in een boterhamzakje). Neem rijstepap of een miesoepje mee in een geïsoleerde voedselpot.
  • Suikerhoudende dranken kunnen een energiebron zijn. Je voorkomt dat de drank bevriest door ze mee te nemen in een thermosfles.
  • Er bestaan geïsoleerde waterzakken met geïsoleerde drinkslang. Vergeet na het drinken niet de slang leeg te laten lopen door deze boven je hoofd te houden en in het mondstuk te knijpen. Je kan de slang eventueel ook leegblazen (dan gaat je waterzak wel klotsen) of bewaren binnen je jas.
  • IJs begint aan de oppervlakte, een niet-geïsoleerde drinkfles kan je daarom het beste op zijn kop meenemen.
  • Honing en appelstroop bevriezen en niet en blijven smeerbaar.
  • Ook in de winter moet je veel water drinken: door koude lucht verlies je veel vocht via je ademhaling.
  • Hou korte pauzes, aangezien je afkoelt wanneer je niet beweegt.
  • Géén alcohol: dit verwijdt de bloedvaten in de huid waardoor je sneller afkoelt.

Batterijen en accu’s

Door kou loopt de spanning in accu’s en batterijen heel snel terug. Denk aan navigatie (iPhone), camera (iPhone) en de accu van de fiets(verlichting). Hou telefoon zoveel mogelijk in een jaszak om deze op temperatuur te houden. De accu van de fiets gaat ’s nachts mee de tent in (en condenseert als een gek). Een slaapzak met een hoesje voor je telefoon is handig (anders ga je op je telefoon liggen).

Kleding

Met kleding staat of valt het succes van winterkamperen. Dit is wat wij dragen bij temperaturen onder de 3 graden Celsius:

  • Bij neerslag ademend regenjack met eVent membraan (Rab Latok) anders windbreaker (Rab/Arc’teryx);
  • Puff: donzen lichtgewicht jack met 850 cuin ganzendons zoals Cumulus Encredilite (Atlas Down Hoodie alleen in lente/herfst) – alleen in rust op de camping of als er een band geplakt moet worden. Dave zweert bij Pategonia’s Micro Puff op dit moment;
  • Fleece vest of trui (Rab Baseline Jacket van Polartec Power Dry microgrid, gewicht in dames M 335 gram) of Woolpower 200 trui (Zip Turtlenek);
  • Wollen T-shirt met lange mouwen (Decathlon);
  • Gevoerde trekkingbroek (Häglofs Mid Fjell II Insulated) – dit is echt een must;
  • Wollen onderbroek (Supernatural) of sneldrogend synthetisch microfiber (Sloggi, HEMA of AIRism);
  • Trekking sokken wol (Falke of Smartwool), een extra ruim paar voor in de slaapzak;
  • Winter waterdichte fietsschoenen (Northwave Arctic) – must;
  • GoreTex gevoerde lichtgewicht bergschoenen;
  • Wollen of ThermoNet Buff;
  • Muts (SealSkin) of gevoerde waterdichte pet met oorkleppen, skibril of een ski-helm met vizier bij verwachte hagel/sneeuw;
  • Dunne wollen handschoenen met daar overheen handwarmers van Woolpower. Bij langdurige regen ofwel waterdichte overhandschoenen of een aparte set waterdichte geïsoleerde handschoenen.

Veel verschil met de herfst of lente is er niet, op de gevoerde trekkingbroek na. Verder heeft het wollen T-shirt nu lange mouwen in plaats van korte. Als je trekkingbroek ruim zit, zou je er ook je wollen lange ondergoed onder kunnen dragen, die we al bij ons hebben als lakenzak/pyjama.

Extreme vorst
Bij extreme vorst (≥ -20 ºC) moet je oppassen met metalen delen aan kleding, zoals de haakjes aan een BH, die kunnen voor brandwonden zorgen. Gebruik dan ook geen crème op je gezicht, dat bevriest.

Kaarten
Van berggebieden bestaan er zomer- en winterkaarten. Op de winterkaarten wordt onder andere plekken met lawinegevaar aangegeven. Een GPS-route is handig bij slecht zicht door sneeuw en mist. Als je niet meer het volgende steenmannetje kunt zien bijvoorbeeld.

Zie ook de blogpost Tien ‘must-haves’ voor winterkamperen.

Pagina voor het laatst bijgewerkt: februari 2021