Klimaat

Als fietsreiziger of wandelaar heb je onderweg te maken met het klimaat. Hoe ga je om met potentieel gevaarlijke situaties veroorzaakt door weersomstandigheden, zoals onweer of lawines?

Sneeuw

Net als onweer is sneeuw een levensbedreigende situatie in de bergen. Neem altijd extra voedsel, warme kleding en regenkleding mee op een tocht. Ventileer de tent goed, via gaten boven de sneeuwlaag.

Lawinegevaar
Ten eerste moet je al voordat je het gebied bezoekt je op de hoogte stellen van het lawinegevaar. Bij groot lawinegevaar ga je iets anders doen. Veiligheid voor alles. De informatie is online te verkrijgen (zie overzicht lawineberichten Europa) of bij lokale gidsen.

Er bestaan speciale uitrustingstukken om je te beschermen tegen lawines:

  • lawineairbag;
  • lawiniepieper;
  • sneeuwschep;
  • trekking poles;
  • satelliettelefoon of radiozender;
  • ijshamer.

OK, die laatste is niet voor lawines maar als je uitglijdt op ijs. Weet hoe je deze moet gebruiken.

Probeer zo snel mogelijk uit het pad van de lawine te komen door in de richting van de zijkanten van het lawinepad te gaan.

Kom je er toch in terecht, activeer dan op tijd je lawineairbag. Maak met je handen een kommetje voor je neus en mond. Hiermee probeer je je luchtwegen zoveel mogelijk vrij te houden.

Volg een training via een bergsportvereniging.

Storm

Schuil achter rotsblokken of onder een groep kleine boompjes.

Natte weersomstandigheden kunnen onderkoelingsgevaar opleveren, hiervoor hoeft het niet te vriezen.

Onweer

Wordt een basketbal met voetjes. Plaats voeten op slaapzak en slaapmat om het lichaam te isoleren tegen een grondschok. Graaf je in als je bijvoorbeeld op een zandplaat bent. Leg metalen spullen verder weg.

Water
Kampeer niet bij water, het is gevaarlijk bij onweer. Ben je met een kajak onderweg en komt er groenige lucht of zwarte lucht opzetten: zorg dat je van het water af komt, zo snel mogelijk. Een carbon peddel geleidt ook elektriciteit.

Vermijd water dus ook vochtige plaatsen, beekjes e.d.

Bergen
Vermijd in verband met onweer het hoogste punt in de omgeving zoals een alleenstaande boom of de bosrand. Ga niet nabij geleidende materialen staan met je tent, zoals water en rotsen.

Beter is het om op tijd het onweer aan te zien komen en naar de dichtstbijzijnde schuilplaats onder de bomengrens te gaan. Houdt dus bij op de kaart waar je bent en waar de dichtstbijzijnde schuilplaats is.

In een grot of overhangende rots blijf je minstens 1 meter van de ingang en van elke rotswand. Hou zeker 2 meter afstand van hoge rotswanden. Vermijd water dus ook vochtige plaatsen, beekjes e.d.

Bos
Een oud Veluwse gezegde, dat betrekking heeft op inslagen van de bliksem en de beschermende werking van de beuk:

De eiken moet je ontwijken, de beuken moet je gebruiken.

Dit heeft te maken met het wortelstelsel. Wanneer een bliksem in een eik slaat, wordt de kracht niet zoals bij een beuk diep in de grond afgevoerd. Je zou hierdoor bij een blikseminslag veiliger onder een beuk staan dan onder een eik.

Daarentegen heeft de beuk vaak loszittende, dode takken in zijn kruin. Deze kunnen bij onweer of felle windstoten zonder waarschuwing naar beneden komen, wat niet bijdraagt aan een veilige schuilplaats bij harde wind.

Schuil niet aan de rand van het bos en blijf 4 meter van elke boomstam vandaan.

Bebouwde kom
Schuil niet in kleine metalen plaatsen zoals een bushokje.

Hoe ver is het onweer?
De donder en bliksem vinden gelijktijdig plaats. Omdat licht sneller reist dan geluid kan je berekenen hoe ver de bliksem is. De gemiddelde snelheid van geluid is 340 meter per seconde. Als er tussen donder en bliksem 3 seconden zit, is de bliksem 1020 m bij je vandaan. Geluidssnelheid is wel  afhankelijk van temperatuur en luchtdruk. In lucht bij kamertemperatuur (20 °C) is de geluidssnelheid ca. 343 meter per seconde of 1234,8 kilometer per uur. Bij droge lucht (met relatief weinig waterdamp) met een temperatuur van 0 °C is dat 331 m/s ofwel 1194 km/u.

Helemaal waterdicht is deze methode niet. Een onweerswolk kan vele kilometers hoog en breed zijn (met het laagste punt op minder dan twee kilometer hoogte en het hoogste punt op meer dan vijftien kilometer) en tientallen kilometers doorsnede. Een bliksem/flits die volgens je eigen berekeningen op 3 kilometer afstand moet zijn kan daardoor gemakkelijk recht boven je zitten maar dan diep in de wolk. Het maakt ook nogal uit of de flits meer naar de rand was (en hoe ver je van de rand af zit) of meer in het centrum.

Om niet overvallen te worden door het weer, is enige kennis van weerkunde noodzakelijk.

Pagina voor het laatst bijgewerkt: mei 2021