Fietsen

Wielmaten

Omtrek/diameter:

Inch ETRTO Frans
16″ 305  –
20″ 406 500
24″ 507 600
26″ 559 650
28″ 622 700

De ETRTO-maat is veel preciezer dan de inch-maat. Die wil per land nog wel verschillen.

Breedte:

Inch Engels ETRTO
1 1/16 1.0 25
1 1/8 28
1 1/4 1.25 32
1.4 35
1 3/8 37
1.5 40
1 1/2 42
1 7/8 1.75 47
1.9 48
1.95 49
2 50
1 3/4 2.1 54

Heb je een fietspomp die ook geschikt is voor autoventielen? Dan kan je met je fietspomp ook heel makkelijk je autobanden op druk brengen! Fietsbanden met autoventielen kan je ook oppompen bij een tankstation.

Fietsband

Op de Gazelle Kathmandu zitten Schwalbe Maraton XR banden, maat 28″, 42-622 met Frans ventiel.

Fietsventiel

Er bestaan verschillende typen fietsventielen. Banden van race- en toerfietsen hebben meestal een Prestaventiel, ook Sclaverandventiel (vandaar dat SV op de doosjes van Schwalbe) geheten. De vakhandel spreekt meestal van een Frans ventiel (in Nederland) of een Belgisch ventiel (in België). Voor het oppompen moet altijd eerst een moertje een slag losgedraaid worden. Let er op dat je een binnenband niet alleen met de juiste maat maar ook met het juiste ventiel koopt en dat je een pomp bij je hebt voor de ventielen op je fiets. Het Prestaventiel heeft de kleinste diameter en is dus het meest geschikt voor smalle velgen.

Het Hollands ventiel is een dunlopventiel (DV). Dit ventiel wordt ook in Duitsland en Denemarken het meest gebruikt. In Engeland heten ze English valves of Woods valves. Nadeel van het traditionele Dunlopventiel (en zijn opvolger, het Blitzventiel, waar het rubber slangetje is vervangen door een intern kogeltje) is, dat er geen mogelijkheid bestaat om de druk in de binnenband te meten.

Mountainbikes en de Greenmachine van Flevobike, zijn (vaak) uitgerust met het Schraderventiel, dat ook bij auto’s en bromfietsen gebruikelijk is. Men noemt dit type ventiel daarom ook wel autoventiel, autobandventiel of brommerventiel. Daarnaast wordt het ook wel Amerikaans ventiel genoemd. Dit ventiel heeft het voordeel dat men overal ter wereld de banden kan oppompen in een tankstation of autogarage.

Hoogteslag verhelpen

Een nieuwe buitenband wil soms niet gelijkmatig om de velg gaan zitten. Je hebt dan last van hoogteslag. Je kan dit makkelijk zien aan de reflectiestreep (zie foto). Hoewel de reflectiestreep er ook scheef op gedrukt kan zijn.

Band met hoogteslag

Band met hoogteslag

Voelt de band echter alsof je over een keienpad rijdt, dan heb je dus echt last van hoogteslag. Hoe te verhelpen:

Laat de binnenband zover leeglopen dat je de buitenband kunt ronddraaien in de velg. Als deze methode niet afdoende is, verwijder dan de binnen- en buitenband van de velg. Maak in een bakje een kleine hoeveelheid goed geconcentreerd afwassopje: 50/50 water/afwasmiddel. Doop een hoek van een lapje hierin. Smeer de rand van de band hiermee in en ook de velg. Leg de band weer om de velg. Pomp deze op tot maximum druk en kijk of deze op zijn plek schiet. Zo nee: oordopjes indoen en verder oppompen. Mijn band kwam pas aan beide kanten goed met 2 bar boven het maximum er ingepompt en gelukkig knapte de binnenband niet. Beide kanten in orde? Laat de binnenband weer een beetje leeglopen en breng de band op de juiste druk.

Fietsketting reinigen

Maak je fietsketting schoon door deze van je fiets te halen, in een kunststof PET-fles te stoppen met wasbenzine. Dop erop en flink schudden.

Fietsketting terugleggen

Een ketting kan er wel eens aflopen. Wat dan handig is om bij je te hebben zijn van die plastic wegwerphandschoentjes. Die wegen bijna niets en houden de zwarte smeer van je handen. Toch vieze handen gekregen? Je hebt op een kampeervakantie waarschijnlijk geen industriële zeep bij je. (Als je het wel bij je hebt, neem je waarschijnlijk teveel mee). Je kan je klushanden dan reinigen met pindakaas.

Smeren

Behalve met olie kan je kabels en derailleur ook smeren met een siliconen- of teflonspray. Voordeel van deze middelen is dat ze water en vuil afstoten. Nadeel is dat de behandeling vooral bij siliconenspray regelmatig herhaald moet worden.

Gewicht bagage verdelen

Een fiets mag maximaal zo’n 20 kilo dragen. Het beste is om fietsbagage zo te verdelen dat het voor- en achterwiel ongeveer evenveel te dragen krijgen. In verband met de belasting door het lichaamsgewicht betekent dat circa:

  • achterop: 70 procent;
  • voorop: 30 procent.

Uitgaande van een totaal bagagegewicht van 20 kilo is een goede verdeling 7 kilo voor en 13 kilo achter.

Ook moet de fiets links en rechts in evenwicht zijn. Zware spullen kunnen het beste onder in de tas, zo dicht mogelijk tegen de fiets aan.

Klimmen

Het beste is om al aan het begin van een beklimming de juiste versnelling te kiezen. Een ononderbroken trapritme is tijdens het klimmen een absolute voorwaarde, want hoe meer je moet schakelen, hoe sneller de vermoeidheid toeslaat. Rij in je eigen tempo en laat dit niet dicteren door je eventuele reisgenoot. Wacht op de top op elkaar.

De buitenbochten zijn vaak minder stijl dan de binnenbochten.

Bidons

In een aluminium Sigg-bidon zit een coating waardoor de smaak van limonade niet in de fles blijft zitten. Er zijn ook geïsoleerde bidons die je favoriete drankje enige tijd koud of warm houden. Bidons moeten niet wit of van een andere lichtdoorlatende kleur zijn, om algen- en bacteriëngroei te voorkomen.

Landelijke fietsroutes (LF-routes)

originalLF-routes zijn in twee richtingen bewegwijzerd (a en b) met rechthoekige bordjes. Voor alle bewegwijzerde routes geldt: als de bewegwijzering in het veld niet overeenkomt met de route op de kaart, volg dan de bordjes. Niet alle LF-routes zijn bewegwijzerd, alleen de dikgedrukte stippellijnen op de kaart zijn dat.

Onderhoud leren fietszadel

Een nieuw Brooks-zadel moet worden bewerkt met Proofide, om het inrijden te vergemakkelijken. Proofide houdt het zadel soepel, in goede conditie en regenbestendig.

Toepassing: breng een beetje Proofide aan op de afgewerkte zijde van het leer. Laat de Proofide inwerken totdat het middel opgedroogd is. Daarna uitwrijven. Deze behandeling met Proofide moet tijdens de inrijdperiode regelmatig worden toegepast en daarna elke 3-6 maanden herhaald worden.

Op fietsen zonder spatbord, is het nuttig om eenmalig Proofide op de onderzijde van het zadel aan te brengen. Dit hoeft niet te worden uitgewreven.

Doordat het leer zijn kleur aan een looiproces ontleent, is het mogelijk dat er wat kleurresten achterblijven. Het is aan te raden het zadel voorafgaand aan het eerste gebruik met een zachte doek op te wrijven.

Bescherm het leren zadel met een zadelhoesje tegen vocht. Als het zadel nat is, kan het afgeven op kleding. Laat natte zadels altijd vanzelf opdrogen. Het zadel mag als het nat is niet gespannen worden of behandeld met Proofide.

Een juiste spanning van het leer zorgt er voor dat het zadel zijn vorm en comfort behoudt. Om het zadel aan te spannen, draai de moer van de spanbout steeds een kwartslag aan, waarna je de spanning controleert. Hiervoor kan je de spanner of een inbussleutel gebruiken. Als het zadel teveel wordt aangespannen, worden de vezels van het leer uitgerekt waardoor de structuur aangetast kan worden. Het is belangrijk het zadel niet te vaak en steeds maar een klein beetje aan te spannen. Immers, wanneer het einde van de spanbout is bereikt, kan het zadel niet meer verder worden aangespannen.

Brooks zadels kunnen enkele, dubbele en driedubbele zadelrails hebben. Hoewel enkelrails zadels gebruikt kunnen worden met een micro-adjust zadelpen, moet de meegeleverde zadelstrop altijd toegepast worden bij zadels met dubbele en driedubbele rails, aangezien de strop het zadel en de berijder op de juiste manier ondersteunt en breuk van de rails voorkomt.

Fietskleding

Handig is om regenjassen en fleeces te hebben met een langer rugpand, zodat je in de stand voorover op je fiets de onderrug nog bedekt hebt.

  • Een klein, opstaand kraagje erg prettig bij het fietsen.
  • Met smalle broekspijpen hoef je geen klemmen te gebruiken.
  • Een (zonne)bril houdt behalve UV ook insecten uit je ogen.
  • Schoenen moeten harde zolen hebben, zodat de druk beter verdeeld wordt en je voeten niet in slaap vallen op de pedalen.

Pedalen

Op onze Gazelle Katmandu trekkingfietsen hebben we BMX-platformpedalen gemonteerd (Shimano PD-MX30). Het is prettig om met wandelschoenen te kunnen fietsen, dan hoeft er geen extra paar fietsschoenen mee. De enige schoenen waarin ik geen slapende voeten in kreeg waren een paar Keen-sandalen. Gezien mijn ervaringen met klikpedalen op de ligfiets zou ik in de toekomst overigens altijd voor klikpedalen gaan. Je komt daar gewoon makkelijker een heuvel mee op.

Trapfrequentie

De benen moeten draaien dat mag duidelijk zijn. Sinds Lance Armstrong ooit met een cadans van meer dan 100 pedaalslagen per minuut wegreed bij zijn concurrenten is het tegenwoordig ‘cool’ om met een hoge cadans te rijden. Of je er sneller mee rijdt, en of het je een betere klimmer maakt, dat is nog maar de vraag. Maar een ding is zeker, een redelijk hoge cadans is goed. Laat 60 het minimum zijn, maar 70-80 is heel veel beter. Daarom is een speciaal bergverzet nodig. Want als je 11 kilometer per uur omhoog rijdt, wat op lange beklimmingen in de Alpen helemaal geen slechte snelheid is, dan zou je met een standaard ‘dubbel’ (39*25) maar 56 omwentelingen per minuut halen, als je nog iets langzamer rijdt dan zak je al snel onder de vijftig pedaalslagen per minuut, dan hoor je bijna je knieën kraken.

Voordelen van een hoge cadans
Een hoge cadans heeft een aantal voordelen. Ten eerste voor het evenwicht. Als je je benen niet meer rond krijgt is het afstappen of omvallen, en je zal niet de eerste zijn die met de voeten tegen het asfalt moet omdat de benen gewoon niet meer rond willen. Erger is een knie-blessure oplopen door het rijden met een te lage cadans. Hoe lichter je benen draaien, hoe minder slijtage en hoe minder krachten er op je knie komen. Licht draaien is dus veel beter voor je kniegewrichten.

Lange tochten
Tijdens een tocht is er uiteindelijk nog een heel groot voordeel aan het rijden met een hoge cadans, en dat is dat je spieren minder snel vermoeien, waardoor het mogelijk is om meerdere cols achter elkaar te rijden. Een lange tocht met veel hoogtemeters is op deze manier een stuk makkelijker. Om met een hoge trapfrequentie te rijden moet je natuurlijk wel een verzet hebben waarmee dat kan.

Bergverzet

Crankstel
Triple, dubbel of compact zijn veel gehoorde termen. Het gaat dan om de voorbladen. Dubbel zijn de klassieke voorbladen, meestal hebben deze 53 tanden op het grote blad en 39 op het kleine. Ideaal in het vlakke Nederland, maar veel te groot en te zwaar voor bijvoorbeeld de Ardennen of Franse Alpen. Daarvoor heb je de ‘triple’ en de ‘compacts’. Een compact heeft ook twee bladen maar deze zijn kleiner. Vaak 50 en 34 op het kleinste blad. Triple tenslotte heeft de twee bladen van een dubbel plus een klein blad erbij.

Het triple crankstel was jaren lang verplichte kost voor de gewone man die de bergen inging. Vaak is het aantal tanden op de bladen 50/39/30. Met een dubbel (52/42 of 39) was het echt harken. Met de komst van bergcassettes die grote tandwielen in de cassette hebben, rijden deze racefietsen met twee bladen voor even soepel als met een triple. Want hoe kleiner het blad voor en hoe meer tandjes op de tandwielen aan de achterzijde hoe soepeler fietsen.

De montagepunten, ook wel “steek” genoemd, voor de kettingbladen verschilt tussen een compact, dubbel of triple crankstel. De steek van de bladen voor de crankstellen is:

Compact = 110 mm

Dubbel = 130 mm

Triple = 104 mm

Cassette
Na de keuze voor triple of compact is het de keuze voor de cassette. Met een triple heb je veel speling zodat je als je de bergen ingaat niet meteen naar de fietswinkel hoeft om een nieuwe cassette er op te zetten. Als je echter een compact op je fiets hebt dan is het zaak om een zo groot mogelijk achterblad op je fiets te laten monteren. Tegenwoordig worden er bladen met wel 30 tanden geleverd, op een compact klimt dit even licht als met een triple. Liever een hoog beentempo dan een tandje te weinig. Dus als je de bergen ingaat monteer een bergverzet met zeker 28 tandjes achter tegenover een compact voor, wil je zeker weten dat je lekker de berg op komt, monteer dan een 30, de meeste moderne derailleurs kunnen dit prima aan.

Let op dat je altijd de juiste cassette gebruikt met hetzelfde aantal tandkransjes. Dit wordt ook wel aangeduid met 9, 10 of 11 speed.

Het klassieke crankstel is zonder twijfel nog steeds de beste keuze voor rijden in Nederland. Met 52/39 of 53/39 vóór en een 11-25 cassette achter kun je uitstekend uit de voeten in het vlakke land. Lukt dat niet, dan is het (tijdelijk) aanpassen van de cassette, bijvoorbeeld naar 11-28 of 12-30 een mogelijke optie.

Cranklengte

Cranksets zijn verkrijgbaar in verschillende cranklengtes.

Hierbij wordt gekeken voor het bepalen van de juiste lengte naar de binnenbeenlengte.  De gemiddelde cranklengte die het meest wordt gebruikt is 172,5 mm. Er wordt uitgegaan van hoe langer de binnenbeenlengte, hoe langer de cranklengte. Echter, bij grote mensen zijn de voeten ook groter en de voet is een onderdeel van de krachtarm wat dus de lengte van de crank weer compenseert. Hieronder een schatting van de cranklengte in mm die past bij de juiste lichaamslengte:

– 170 mm crank is geschikt voor mensen van 1,65 m t/m 1,84 m

– 172,5 mm crank is geschikt voor mensen van 1,84 m t/m 1,90 m

– 175 mm crank is geschikt voor mensen van 1,90 m t/m 1,96 m

– 180 mm of meer voor mensen langer dan 1,96 m.

Regel 1

Regel 1 uit het Grote Fietshandboek van wereldfietser Frank van Rijn is: niet fietsen in het donker. Hij moet dat fietshandboek overigens ooit nog eens gaan schrijven.