Kaart en kompas

Informatie over het navigeren met kaart en kompas.

“Many years later I discovered that compasses aren’t infallible when I descended the wrong side of Ben More on Mull – I didn’t know the summit rocks were magnetic”

– Chris Townsend, hillwalker

Kaart

Officiële topografische kaarten zijn van IGN, NGI, OEAV, DAV, Ordney Survey. Commerciële kaarten zijn vaak van mindere kwaliteit. Let op hoe recent een stafkaart is.

Hoogtelijnen
De kaart moet (bruine/blauwe) hoogtelijnen hebben met een interval tussen de 5 en 25 meter. Bij grotere intervallen kan je steile hellingen niet meer goed waarnemen op de kaart. Blauwe hoogtelijnen geven gletsjers aan.

Als hoogtelijnen een V-vorm hebben waarvan de punt naar de bergtop wijst dan heb je te maken met een scherp dal: een beekdal of vallei, vaak ontstaan door erosie veroorzaakt door smeltwater. Bergruggen herken je aan een U-vormige vervorming, waarbij de open kant naar de bergtop wijst.

Hellingsgraad
De hellingsgraad of het stijgingspercentage bereken je door het hoogteverschil te delen door de horizontale afstand in meters waarover dat hoogteverschil wordt afgelegd. Vermenigvuldig de uitkomst met 100. Bij een hellingsgraad van 10 procent stijgt een weg 10 meter per 100 meter. Deel het stijgingspercentage door 1,75 om de hellingsgraad te berekenen: 1,75% = 1º.

Om de afstand te berekenen komt de Stelling van Pythagoras van pas:
de afstand2 = hoogte2 + horizontale afstand2.

Grid
De meeste moderne kaarten hebben een kilometerraster (UTM-grid), die bruikbaar is om coördinaten af te lezen voor een gps. In principe bestaat het raster uit hokken van 1 bij 1 kilometer. Als dit zo is, dan kan je hiermee snel horizontale afstanden inschatten. Controleer altijd de staande schaalbalk.

Schaal kaart
Haal 5 nullen van de kaartschaal af en je hebt de verhouding 1 cm = x km. Een topografische kaart met een schaal van 1:25.000 is ideaal (1 centimeter is 250 meter). Een kaart met een schaal van 1:50.000 is nog geschikt voor het volgen van bewegwijzerde routes. Een nog grotere schaal is alleen voor overzicht, bijvoorbeeld ter aanvulling op navigeren met gps.

Steenmannetjes

Volg niet blind steenmannetjes, die een route markeren als er geen pad herkenbaar is. Je vindt ze vaak op bergkammen en boven de boomgrens. Weet altijd waar je bent op de kaart, zodat je niet een verkeerde route (aftakking) gaat volgen.

Hier op de Ben Nevis is het volgende steenmannetje nog niet waarneembaar door de mist

Gebuiksaanwijzing engineer kompas

Het vinden van de eigen positie op de kaart

Kies twee toppen die op verschillende, karakteristieke punten liggen, zichtbaar in het terrein en aanwijsbaar op de kaart.

kompas1

Het vinden van de eigen positie op de kaart

Oriënteer de kaart op het noorden en teken twee lijnen vanaf de punten A en B, volgens de afgelezen hoek op het kompas. Waar de lijnen kruisen op de kaart is de locatie van de kaartlezer.

Kaartoriëntatie met kompas

kompas3Leg de kaart op een vlakke ondergrond. Leg de Noord-aanwijzende lijn op de kaart gelijk met het magnetische noorden dat het kompas aangeeft. De kaart is nu geöriënteerd.

Magnetisch azimut

kompas2Het magnetische toppuntshoek (azimut) van een object is de hoek die een rechte lijn maakt van het midden van het kompas naar het object.

Om de azimut af te lezen, richt op object terwijl je door de draad en gleuf kijkt.
Lees dan de graden af door de lens.

Lopen in het donker of door dikke mist en door ruig terrein

De streep op de glasplaat van het kompas is om snel door ruig terrein te lopen. (Op het glasoppervlak staan twee lijnen, een korte en een lange. Zij vormen een hoek van 45º met elkaar.) Draai eerst je kompas naar het ware Noorden. Draai dan de lichtgevende lijn op het glas naar de hoek in welke richting je wilt lopen.

Voorbeeld: draai het glas twintig inkepingen rond totdat de lijn op 60º staat, terwijl het kompas op het Noorden is gericht. Nu kun je steeds snel het kompas aflezen. Terwijl je loopt hoef je alleen het kompas naar het noorden te draaien en loop je in de richting van de streep op het glas.

Het glas draait 360º en is gemarkeerd met een inkeping op elke 3 graden voor makkelijke berekening. Elke klik bij het draaien van het glas markeert een draai van 3º.

Onderhoud kompas

Zeer sterke magnetische velden, zoals hoogspanningsleidingen of magneten kunnen de werking van een kompas structureel wijzigen. Soms wordt zelfs de polarisatie van de naald volledig omgekeerd. Probeer dus met je kompas uit de buurt van deze velden te blijven

Luchtbel

Kleine (vacuüm) bellen in een kompasroos zijn normaal. Zij komen en gaan als gevolg van verandering van de luchtdruk en temperatuur. Dit zal met name op grotere hoogten kunnen voorkomen. Leg een kompas nooit lang in de volle zon en zeker niet achter bijvoorbeeld een autoruit. De temperatuur loopt dan snel op tot ver boven de 50 °C, waardoor het vloeistofventiel kan springen. Neem het kompas in het vliegtuig mee in de handbagage.

Inclinatie

De naald van Europese kompassen is uitgebalanceerd op het noordelijk halfrond. In een andere inclinatiezone zal de naald tegen het kompashuis blokkeren. Wereldreizigers kunnen het beste een kompas met ‘global system’ (Recta, Suunto) aanschaffen.

Recta luciferdoosje kompas met ‘global system’