Weersomstandigheden

Schuilen voor onweer

Wordt een basketbal met voetjes. Plaats voeten op slaapzak en slaapmat om het lichaam te isoleren tegen een grondschok. Graaf je in als je bijvoorbeeld op een zandplaat bent.

Beter is het om op tijd het onweer aan te zien komen en naar de dichtstbijzijnde schuilplaats onder de bomengrens te gaan. Houdt dus bij op de kaart waar je bent en waar de dichtstbijzijnde schuilplaats is. Carbon peddel geleidt ook elektriciteit.

In een grot of overhangende rots blijf je minstens 1 meter van de ingang en van elke rotswand. Hou zeker 2 meter afstand van hoge rotswanden. Vermijd water dus ook vochtige plaatsen, beekjes e.d. Leg metalen spullen verder weg. Schuil niet in kleine metalen plaatsen zoals een bushokje. Schuil niet aan de rand van het bos en blijf 4 meter van elke boomstam vandaan.

Hoe ver is het onweer?

De donder en bliksem vinden gelijktijdig plaats. Omdat licht sneller reist dan geluid kan je berekenen hoe ver de bliksem is. De gemiddelde snelheid van geluid is 340 meter per seconde. Als er tussen donder en bliksem 3 seconden zit, is de bliksem 1020 m bij je vandaan. Geluidssnelheid is wel  afhankelijk van temperatuur en luchtdruk. In lucht bij kamertemperatuur (20 °C) is de geluidssnelheid ca. 343 meter per seconde of 1234,8 kilometer per uur. Bij droge lucht (met relatief weinig waterdamp) met een temperatuur van 0 °C is dat 331 m/s ofwel 1194 km/u.

Helemaal waterdicht is deze methode niet. Een onweerswolk kan vele kilometers hoog en breed zijn (met het laagste punt op minder dan twee kilometer hoogte en het hoogste punt op meer dan vijftien kilometer) en tientallen kilometers doorsnede. Een bliksem/flits die volgens je eigen berekeningen op 3 kilometer afstand moet zijn kan daardoor gemakkelijk recht boven je zitten maar dan diep in de wolk. Het maakt ook nogal uit of de flits meer naar de rand was (en hoe ver je van de rand af zit) of meer in het centrum.

Storm

Schuil achter rotsblokken of onder een groep kleine boompjes.

Natte weersomstandigheden kunnen onderkoelingsgevaar opleveren, hiervoor hoeft het niet te vriezen.

Sneeuw

Net als onweer is sneeuw een levensbedreigende situatie in de bergen. Neem altijd extra voedsel, warme kleding en regenkleding mee op een tocht. Ventileer de tent goed, via gaten boven de sneeuwlaag.

Weersvoorspelling

Verifieer je voorspellingen op een barometer: in het algemeen betekent een stijgende atmosferische druk dat het mooi weer wordt en een dalende slecht weer. Een normale luchtdrukverandering zal ongeveer 1 millibar per uur bedragen. Aan de hand van de hoeveelheid en snelheid van de afnemende luchtdruk kan je weersveranderingen voorzien:

 Afname Gedurende Voorspelling
2 mbar 4 uur Neerslag
4 mbar 3 uur Storm
3 à 4 mbar 1 uur Extreme weersomslag

Neemt de druk in gematigde luchtstreken langere tijd gelijkmatig toe, dan houdt het mooie weer aan. Maar stijgt de druk opeens, dan kan het weer omslaan. Digitale barometers, waarop je druk, temperatuur en luchtvochtigheid 24 uur per dag kan aflezen, zijn handig.

De kans op neerslag is bij een lage luchtdruk in het algemeen groter is dan bij hoge druk. Uit vergelijkingen van dagelijkse aflezingen van de barometer en het weer blijkt de kans op neerslag bij een lage luchtdruk van 990 hPa 80% te zijn. Dat betekent dat er in acht van de tien gevallen regen of sneeuw valt. Zie tabel.

Luchtdruk in hPa of mbar Regenkans
990 80%
1000 70%
1010 40%
1020 20%
1030 10%

Snelle veranderingen van druk gaan meestal vergezeld van veel wind of zijn de voorbode van een storm. Als de stand van de barometer snel oploopt of daalt betekent dat meestal dat het weer gaat veranderen. Uit onderzoek naar het verband tussen de barometerstand en het weer blijkt dat in 80% van de gevallen een stijgende luchtdruk tot een weersverbetering leidt en een dalende luchtdruk tot slechter weer.

De meeste barometers hebben aanduidingen als ‘mooi’, ‘bestendig’, ‘veranderlijk’, ‘regen’ en ‘storm’. De gemiddelde luchtdruk op zeeniveau is 1013 mbar. Slecht weer gaat gepaard met lage luchtdruk (<1000 mbar) en mooi weer met hoge luchtdruk (>1020 mbar). Het weer kan echter heel anders zijn dan de barometer aanwijst. Die vermeldingen dateren uit vorige eeuwen, toen er nog weinig bekend was over het verband tussen het weer en de luchtdruk. Een hoge druk van 1030 of 1040 hectoPascal (hPa) betekent niet altijd zonnig weer. Het kan dan ook mistig zijn of regenen. Meestal blijft de neerslag bij een hoge luchtdruk beperkt tot hooguit enkele millimeters, maar er zijn situaties voorgekomen dat er bij een luchtdruk van 1030 hPa uit een lokale bui 10 tot 15 millimeter viel. Omgekeerd kan het in een lagedrukgebied zonnig, droog en rustig weer zijn.

Oude aanduiding Millibar
Storm 986,5
Rain 1000
Change 1013
Fair 1027
Very Dry 1040

Als de stand van de barometer snel oploopt of daalt betekent dat meestal dat het weer gaat veranderen. Uit onderzoek naar het verband tussen de barometerstand en het weer blijkt dat in 80% van de gevallen een stijgende luchtdruk tot een weersverbetering leidt en een dalende luchtdruk tot slechter weer.

Verandering van luchtdruk Weersvoorspelling
Gelijdelijk en aanhoudend dalen Ingrijpende verslechtering
Kortstondige veranderingen Wisselvallig weer
Langzaam maar gelijkmatig omhoog Hogedrukgebied in aantocht. Omvangrijk en langzaam bewegend hogedrukgebied met weinig wind.
Snelle stijging (meer dan 1 hPa/u.) Harde wind of storm

Wanneer de zon schijnt, zijn we geneigd minder aandacht aan de barometer te schenken. Bij een sterke stijging van de barometer zal de wind echter flink aanwakkeren, soms zelfs tot een storm. Zulke hogedrukstormen komen vooral in de zomer op de Noord- en Oostzee nogal eens voor. Ze brengen dan dagenlang harde wind bij een stralende hemel.

De lucht rondom een depressie draait op het noordelijk halfrond altijd tegen de wijzers van de klok in. De wind om een hogedrukgebied draait in horizontale zin met de wijzers van de klok mee. Dit wordt veroorzaakt door de draaiing van de aarde. Bij stilstaande aarde zou de lucht rechtstreeks naar de laagste druk stromen. Door de draaiing van de aarde sturen corrioliseffecten de winden om het centrum van de depressie heen, spiraalvormig naar het midden toe, waar de lucht verticaal omhoog ontwijkt. Deze stroomt vervolgens naar een hogedrukgebied waar ze de wegstromende lucht aanvult.

In een hogedrukgebied daalt lucht van grote hoogte naar het aardoppervlak, waarbij de lucht steeds warmer wordt en dus de relatieve luchtvochtigheid van de lucht steeds verder daalt. Hierdoor is een hogedrukgebied vaak wolkenloos. De zon kan dan overdag de grond opwarmen, waarbij er veel vocht vrij kan komen, bijv. boven water of vegetatie. ’s Avonds koelt de grond juist sterk af naar het heelal toe (uitstraling), waardoor de relatieve luchtvochtigheid van de lucht sterk stijgt en er ’s nachts mist kan ontstaan (zie ook over wolkenvorming).

Hogedrukgebieden bewegen veel langzamer dan lagedrukgebieden. Soms staan ze langdurig stil. Als een hogedrukgebied stilstaat boven bijv. Noorwegen, voeren het langdurig koude winden uit het oosten over Nederland.

Regels voor regen en wind

  • Komt wind voor regen, daar is niets aan gelegen;
  • Komt regen voor wind, berg dan uw zeilen gezwind.

Zo verloopt het weer:

Eerst wind, dan regen
Voor ’t front Frontpassage Na het front
Luchtdruk daalt sterk daalt langzaam of blijft constant verandert weinig
Regen/bewolking bewolking neemt toe, daarna volgt regen regen houdt op, nog buien enkele buien, weer klaart op
Wind neemt voortdurend en snel toe ruimt en is vlagerig richting constant, kracht snel afnemend
Eerst regen, dan wind
Voor ’t front Frontpassage Na het front
Luchtdruk daalt nauwelijks of blijft constant stijgt iets stijgt flink
Regen/bewolking begint houdt op wolken breken
Wind verandert weinig ruimt neemt snel toe, harde wind of storm

De weerkaart

Deze weerkaart werd ontworpen om te helpen bij het maken van uw eigen weervoorspellingen. Ze is het resultaat van de jarenlange weerregistratie door een Franse monnik. Deze monnik noteerde jarenlang, dag voor dag, de luchtdruk en het heersende weer. Zo kon hij, na een zekere tijd, om een duidelijke band te leggen tussen de luchtdruk en weerswijzigingen.

De aanwijzingen op de weerkaart vergelijkt u met de stand van de contra-barometer. Samen met de tendens van de luchtdruk (dalend, stijgend of stabiel) kan men dan een accurate weervoorspelling maken voor een periode van circa 6 à 12 uur.

Winter Hoge barometerstand Zomer
+1013 HPa/ 760 mm
Toenemende vorst – Mist Snel stijgend Wind – Snelle opklaringen
Helder – Vorst Langzaam stijgend Bestendig – Zeer droog
Aanhoudende vorst Onveranderlijk stijgende tendens Helder – Droog – Warm
Brede opklaringen – Rijm Onveranderlijk dalende tendens Bewolkt met regen
Dooi – Bewolkt Langzaam dalend Aanhoudend bewolkt met regen
Wind – Sneeuw – IJsgang Snel dalend Zwoel met onweer
Winter Midden barometerstand Zomer
987 HPa – 1013 hPa
Buien – Koudere neerslag Snel stijgend Buien – Neerslag – Fris
Langzame opklaringen – Kouder Langzaam stijgend Afnemende wind – Opklaringen
Bewolkt tot helder – Vorst – Mist Onveranderlijk stijgende tendens Bewolkt tot helder – Warm
Lichte wind – Nevel Onveranderlijk dalende tendens Weinig wind – Betrokken, zwoel
Lichte wind – Dooi – Sneeuw Langzaam dalend Aanhoudend regen
Wind – Neerslag – Warmer Snel dalend Wind – Regenbuien – Koel
Winter Lage barometerstand Zomer
– 987 HPA/740 mm
Buien – Neerslag – Bewolkt Snel stijgend Buien – Neerslag – Bewolking
Afnemende wind – Nevelig – Kouder Langzaam stijgend Afnemende wind – Opklaringen
Afnemende wind – Motregen Onveranderlijk stijgende tendens Afnemende wind – Motregen
Aanhoudende regenbuien Onveranderlijk dalende tendens Aanhoudende regenbuien
Wind met veel regen Langzaam dalend Wind met veel regen
Storm – Regen of sneeuw Snel dalend Storm – Onweer – Hagel
  • Snel: meer dan 4 HPA/2 à 3 mm ;
  • Langzaam : minder dan 4 HPA/2 à 3 mm ;
  • Gestaag : minder dan 1hPa/1 mm.

In de GPS (Garmin eTrex) zit een barometer die de luchtdruk over de laatste twaalf uur bijhoudt.

Weersverwachting onderweg

Het is steeds lastiger om onderweg een goede weersverwachting te bemachtigen als je geen dataverbinding met je smartphone hebt. Vroeger werd er nog om 6.00 uur een speciaal weerbericht uitgezonden op de radio voor watersporters. Tegenwoordig ben je afhankelijk van marifoon, internet of gsm hiervoor.

Meteo Consult

Weerlijn 0900-9725

In de Meteo Consult weerlijn kunt u weerberichten beluisteren voor binnen- en buitenland, zowel voor de korte als de lange termijn. In de zomer vindt u het watersportweer en in de winter is er alle aandacht voor de wintersport. Iedere week, op vrijdag, wordt een verwachting voor de komende maand ingesproken.

De kosten zijn 60 cent per minuut. Zie voor de opties in het menu hun website.

Windline 0900-9727

In de Windline vind je waarnemingen en verwachtingen die vooral van belang zijn voor surfers en zeilers. Naast de Nederlandse kust en de binnenwateren zijn er ook verwachtingen voor 8 districten op de Noordzee.

Telefonisch consult 0317-399800

U ontvangt een uitgebreid consult van één van onze meteorologen. De meteoroloog gaat specifiek in op een door u gekozen gebied, waar ook ter wereld.

Windschaal van Beaufort

Bft benaming knopen km/u Kenmerken op het land Kenmerken op zee
0 windstil <1 Rook stijgt recht omhoog Zee is spiegelglad
1 zwak 1-3 Rookpluimen geven richting aan Kleine golfjes
2 zwak 4-6 Windmolens beginnen te draaien Kleine golven, breken, schuimkopjes
3 matig 7-10 Westenwind
10 knopen
(18-20 km/uur)
Bladeren en twijgen voortdurend in beweging Kleine brekende golfjes met schuimkopjes
4 matig 11-16 Zuidwestenwind
15 knopen
(25-28 km/uur)
Stof en papier dwarrelen op Langere golven groter kopjes
5 Vrij krachtig 17-21 Oostenwind
20 knopen
(35-38 km/uur)
Takken maken zwaaiende bewegingen Grotere golven opwaaiend schuim
6 krachtig 22-27 Noordwesten-wind
25 knopen
(45-48 km/uur)
Paraplu’s met moeite vast te houden Grotere golven met schuimvlekken en opwaaiend schuim
7 hard 28-33 Westenwind
30 knopen
(55-58 km/uur)
Bomen bewegen golven worden hoger, beginnende schuimstrepen
8 stormachtig 34-40 35 knopen
(64-66 km/uur)
Twijgen breken af matig hoge golven, schuimstrepen
9 storm 41-47 40 knopen
(73-75 km/uur)
Takken breken af hoge golven, rollers, zicht wordt slechter door schuimvlagen
10 Zware storm 48-55 50 knopen
(90-95 km/uur)
Bomen worden ontworteld zeer hoge golven, zee wordt wit van het schuim, overslaande rollers, verminderd zicht
11 Zeer zware storm 56-63 60 knopen
(110-115 km/uur)
flinke schade aan bossen, niet extreem extreem hoge golven, zee geheel bedekt met schuim, sterk verminderd zicht
12 orkaan >63 65 knopen
(> 120 km/uur)
Veel wordt vernield. lucht is vol met verwaaid water en schuim, zee volkomen wit, vrijwel geen zicht meer

En nog een windtabel met iets andere beschrijvingen van de situatie op het land en water:

Bft Soort wind Omgeving Zeegang Km/u
0 Stil Rook stijgt recht omhoog Spiegelglad 0
1 Zwak Rookpluimen Kabbelend 1-5
2 Zwak Bladeren ritselen Net niet brekend 6-11
3 Matig Boomtwijgjes bewegen Beginnend brekend 12-19
4 Matig Stof en papier dwarrelen op Schuimkopjes 20-28
5 Vrij krachtig Er vormen zich gekuifde golven Overal schuimkoppen 29-38
6 Krachtig Wind fluit in het wand Schuimplekken 39-49
7 Hard Bomen bewegen Schuimstrepen 50-61
8 Stormachtig Boomtakjes breken af Toppen waaien af 62-74
9 Storm Boomtakken breken af Rollers/schuim 75-88
10 Zware storm Bomen worden ontworteld Zware rollers 89-102
11 Zeer zware storm Zware schade in steden en bossen Weinig zicht 102-117
12 Orkaan Verwoestingen Geen zicht > 117

Windkracht 13?

De keer dat wij op het IJsselmeer bij de Hollandse hoek onze windmeter 12 Beaufort zagen aangeven vergeten we nooit meer. Op het laatst gaf de windmeter het zelfs op en stond er “- – -” in het scherm. Hebben we windkracht 13 over ons heen gehad? Voordat de wind opstak werd de lucht pikzwart, dus we waren gewaarschuwd. De boot lag, zeilend op alleen nog de fok, onder een hoek van 45 graden. We stonden op de zijkant van de kuipbanken. De mast kromde gevaarlijk door naar voren, want een Etap 24i heeft naar achter gepeilde zijverstaging maar geen achterstag. Het was een typische ‘micro burst’: lokaal en tijdelijk. Enige tijd later konden we zonder al te veel problemen de haven van Lemmer aanvaren.

De wet van Buys-Ballot

Wanneer je op het noordelijk halfrond met je rug in de wind staat, met je armen uitgestrekt, bevindt het Lagedrukgebied Links voor je Linkerarm (op 10 uur) en het hogedrukgebied rechtsachter je rechterarm (op 4 uur).

Wolken

wolken

Cirrus Hoge bewolking in draden; wijst op een naderend koudefront en mogelijk onweer.
Cirrostratus Hoge bewolking in lagen; worden dikker als een warmtefront op komst is
Nimbostratus  Lage donkere wolken; zorgen voor middelmatige regen.
Altocumulus Middelmatige bewolking; wijst op de komst van een koudefront.
Stratocummulus Lage, grijze bewolking met motregen.
Stratus Platte, grijze wolken; kunnen uitmonden in regenstormen.
Cumulus ‘Mooi weer’-wolken.
Cumulonimbus Donderwolken.

Bewaren